Uit een onderzoek van RTV Oost blijkt dat veel bushaltes niet of slecht toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Mensen met een visuele beperking worden ermee geconfronteerd en bij bijna 50% van de mensen in een rolstoel of rollator scoort de bushalte onvoldoende qua directe gemakkelijke bereikbaarheid. Voor veel mensen is het openbaar vervoer een levenslijn naar werk, zorg en sociale contacten. Toch is de bereikbaarheid van bushaltes voor mensen met een beperking – bijvoorbeeld wie afhankelijk is van een rolstoel of rollator – nog lang niet vanzelfsprekend.
Aanpassingen nog niet op orde
Nog niet elke bushalte heeft een verhoogd perron, waardoor de afstand tussen busvloer en stoep te groot is. Rolstoelgebruikers zijn afhankelijk van een uitklapbare helling, Voor mensen met een rollator vormen ongelijke tegels, smalle doorgangen en ontbrekende leuningen een risico op vallen. Ook de omgeving van de halte speelt een grote rol. Een toegankelijke bus is weinig waard als de route ernaartoe bezaaid is met obstakels zoals geparkeerde fietsen, hoge stoepranden of slecht onderhouden trottoirs.
Positieve ontwikkelingen
Maar er zijn veel positieve ontwikkelingen. Nieuwe bussen zijn vaak volledig laagvloers en uitgerust met automatische oprijplaten. Ook worden haltes steeds vaker aangepast volgens toegankelijkheidsnormen. De ambitie van overheden (in samenwerking met NS en regionale busmaatschappijen) is duidelijk: openbaar vervoer moet voor iedereen goed toegankelijk zijn. Dat is ook een van de uitgangspunten van het (inclusiviteits-) VN-verdrag kortweg Handicap: mensen met een beperking moeten net zoals de andere mensen vrij toegang hebben tot het (openbaar) vervoer.
Maar echte toegankelijkheid vraagt meer dan technische aanpassingen. Het vereist structureel onderhoud, duidelijke handhaving en vooral het betrekken van mensen met een beperking bij het ontwerp en beleid. Pas dan wordt de bushalte geen hindernis, maar een toegangspoort tot volwaardige deelname aan de samenleving.
Inclusief vervoer begint op straat
Toegankelijkheid is geen luxe. Het is geen cadeau voor een kleine groep. Het is een onderdeel van de noodzakelijke infrastructuur voor een samenleving die beweert inclusief te willen zijn. Want een bushalte die je niet kunt bereiken, is in feite geen bushalte. Het is een belofte die niet wordt ingelost.
Omdenken
Misschien moeten we daarom anders kijken: niet naar wat “voldoende” is, maar naar wat eerlijk is. Niet alleen naar de halte, maar ook naar de mens die ernaast staat – of er soms niet eens bij kan komen. Inclusief vervoer begint niet in de bus, maar op straat. En die straat moet voor iedereen begaanbaar zijn.
Hein van der Zande (Leiderdorp)
Voorheen organisatieadviseur bij de overheid, nu gepensioneerd
73 jaar, getrouwd met Els, twee (adoptie)kinderen, opa van Amara en Rohan

